2010 was een jaar waarin Q-koortsruimingen plaatsvonden en waarin door toenemende antibioticaresistentie kritisch naar de veehouderij en de rol van de dierenarts werd gekeken. “Vooral de houding van de partijen in de Tweede en Eerste Kamer veranderde de hele politieke Umwelt,” stelt Geart Benedictus, “ten nadele van boer en dierenarts. ”
Geart Benedictus was tot voor kort lid van de Eerste Kamer. “Mijn carrière kent eigenlijk drie perioden,” vertelt hij: “ik begon als praktiserend dierenarts, werd later directeur van de Gezondheidsdienst voor Dieren en werd daarna bestuurlijk actief. Ik ben nu bijna fulltime actief in diverse stichtingen en commissariaten en doe daarnaast advieswerk.” Zijn positie is bijzonder. “Ik zie wel dat ik met mijn ervaring een brugfunctie heb, een signaleringsfunctie richting politiek, maatschappelijke organisaties en onze eigen Maatschappij.”
Als geen ander heeft hij ervaren hoe belangrijk het lobbytraject is. “Het gaat er niet om dat je een goed gesprek hebt gehad met de Kamercommissie of een vertegenwoordiger, maar dat je bij voortduring de mensen helpt om jouw boodschap paraat te hebben. Niet met de uitgebreide rapporten, maar met samenvattingen die kort en krachtig weergeven waar het om gaat. Als je op het juiste moment een A4 met steeds dezelfde boodschap bij de assistenten en de woordvoerders aanbiedt, is dat het meest succesvol.” Binnen de KNMvD merkt hij dat dit soort zaken ten goede aan het veranderen zijn.
“De Q-koorts heeft het aanzien van de dierenartsen geen goed gedaan,” meent Benedictus. “Het heeft een basis gelegd van wantrouwen richting dierenartsen en veehouders: niet je bent onschuldig tot je schuld bewezen is, maar eerder andersom. Het lijkt alsof de kritische houding jegens de dierhouderij en de mensen die erbij betrokken zijn door de Q-koorts versterkt is en dat is niet terecht.”
One health ziet Benedictus als hét thema waar het de komende tijd om draait. “De veterinaire kant van volksgezondheid, de samenwerking tussen humane artsen en dierenartsen, daar is veel te verbeteren. Het is zaak om de rol van de dierenartsen in de volksgezondheid meer te benadrukken, zodat via wet- en regelgeving zaken vast komen te liggen en op die manier ook kwaliteit afgedwongen kan worden.”
Benedictus is gevraagd voor het bestuur van de Stichting de geborgde dierenarts. “Het feit dat de ketenpartners er nu ook aan meewerken door eisen te stellen, vind ik erg belangrijk. In het verleden is gebleken dat de marktvraag een van de belangrijke succesfactoren is in zo'n kwaliteitstraject.” Benedictus is ervan overtuigd dat alle dierenartsen de noodzaak moeten voelen van de stappen die de KNMvD zet om de kwaliteit van de diergeneeskunde zichtbaar te maken. “Practici en niet-practici; de landbouwhuisdierensector en de gezelschapsdierensector. Het imago van de ene sector straalt direct af op de andere sector. Tegenwoordig beïnvloedt wat in een klein segment gebeurt ook het grote geheel.”
In dit kader is het ook belangrijk dat de KNMvD de blik naar buiten gericht houdt: “Kijk naar het buitenland en zorg ervoor dat de Nederlandse dierenarts straks niet de pin op de neus krijgt, terwijl in de buurlanden de regels vrijer zijn. Humaan weten we al dat er allerhande medicijnen vanuit het buitenland komen. Hoe zit dat met diergeneesmiddelen? Pakketjes die per post verstuurd worden, worden zelden onderschept. Hoe kan worden uitgesloten dat een veehouder zo aan middelen komt, buiten medeweten van de dierenarts om?”
Links
Dossier Q-koorts (voor leden)
Persbericht KNMvD: Ruimen op kinderboerderijen niet zinnig
Terug